Gevonden realisme: Het hoeft niet altijd te kloppen

Veelschrijver Tijs van Marle, is onder meer bekend als scenarioschrijver van de razend populaire ‘Mees Kees’ en ‘Dummie de Mummie’ films, maar schreef daarnaast ook de scenario’s van ‘Lucia de B’. en ‘Rafaël’. Toen film en tv producties tijdens corona even stil kwamen te liggen, schreef hij zijn eerste kinderboek genaamd ‘Knots’, waarvan deel 2 net is uitgekomen. Het thema jeugd ligt hem naar eigen zeggen het beste. We spraken hem voor Nice People Talking over hoe hij in het vak is geraakt, zijn manier van schrijven en plannen voor de toekomst.

Vanaf de middelbare school wist Tijs zeker dat hij filmjournalist wilde worden, zodat hij als eerste over nieuw uitgebrachte films mocht schrijven. “Ik koos daarom voor een journalistieke opleiding,” zegt Tijs. “Maar gedurende die opleiding merkte ik dat ik het eigenlijk veel leuker vond om zelf een film te schrijven in plaats van erover te schrijven. Ik was 19 jaar toen ik me realiseerde dat je daar ook echt een vak van kon maken. Na die vier jaar op de studie Tekstschrijven meldde ik me aan bij de Filmacademie.”

Zijn eerste stage liep Tijs bij Motel Films. “Dat was precies in de tijd dat Route 2000 uitkwam, een pakketje speelfilms die voor heel weinig geld, geschreven en geregisseerd werden door mensen zonder veel speelfilm-ervaring. Uiteindelijk presenteerden Jeroen Beker en Frans van Gestel vier films van elk anderhalf uur op het Filmfestival Rotterdam. Dat was ontzettend leuk en leerzaam om daarbij te zijn en daar hield ik goede contacten aan over. Toen ik afstudeerde aan de Filmacademie in 2002 ben ik meteen voor mezelf begonnen. Mijn eerste klus kwam via een van de dramaturgen van de VARA waar ik een aflevering voor de serie ‘Bradaz’ schreef. Ik weet nog goed dat ik de producent na een half jaar opbelde en vroeg: ‘Maar ik zou toch ook betaald krijgen?’ Ik wist toen nog helemaal niet hoe dat werkte.”

De vervolgklussen volgde snel voor Tijs. “Toen ik net begon deed ik heel actief mee aan verschillende schrijfwedstrijden, zoals bijvoorbeeld de Telefilm en de One Night Stand. Daarnaast stapte ik ook altijd op iedereen af. Meestal met eigen plannen, maar soms belde ik ook wel eens mensen om te vragen of ik met hen mee mocht doen. Zo ben ik onder andere ook bij Café de Wereld beland, de animatie sketch van De Wereld Draait Door, waar ik in het schrijversteam belandde samen met Nico Dijkshoorn en Elbe Stevens. Daar heb ik veel leuke jaren beleefd. Maar ik heb ook heel veel plannen ontwikkeld samen met regisseur Margien Rogaar. We studeerden samen af aan de Filmacademie en kunnen heel fijn samenwerken. Onze plannen ontwikkelde we aan de rand van het zwembad in Amsterdam. In de zomer kozen we voor het De Mirandabad en in de winter voor het Zuiderbad.”

Dat Tijs zich het meeste thuis voelt binnen het jeugdgenre van film en tv blijkt uit een groot deel van zijn werk. “Jeugd ligt mij het beste, want ik snap heel goed waarom kinderen iets zouden gaan bekijken. Ik vind het ook belangrijk dat een verhaal verbindend is voor kinderen. Zelf geloof ik niet in heftige dramatische situaties waar veel akeligs gebeurt. Het moet een prettige boodschap bevatten waar zij van kunnen leren of wat hen verder helpt. Binnen het jeugddrama is iedereen het daar gelukkig vaak mee eens, tenzij je echt een heel afwijkende maker bent. Je wilt dat kinderen zich beter voelen na het zien van jouw film of serie en dat het verhaal leidt tot iets positiefs. In drama voor volwassenen is dat wel anders, daar zie je veel verschillende gradaties en dat mag pijn doen en akelig zijn.”

“Dat voor jeugd de neuzen vaak dezelfde kant op staan, vind ik fijn. Een verhaal mag starten met onzekerheid of bangheid voor iets of iemand, maar uiteindelijk groei je naar iets toe, bijvoorbeeld een vriendschap. Mijn eerste zelf geïnitieerde kinderserie Doctor Cheezy (2011-2012) is daar een goed voorbeeld van. De serie gaat over vijf dikke kinderen die uit een dieetkamp ontsnappen. Op het begin van de serie hebben de kinderen een hekel aan elkaar en kunnen ze elkaars bloed wel drinken, maar gedurende de afleveringen gaan ze samen op pad en leren ze elkaar steeds beter kennen. Uiteindelijk worden ze de beste vrienden.”
De verhaallijn in Doctor Cheezy heeft Tijs ook kunnen schrijven omdat het een serie betreft, waar je doorgaans veel meer tijd hebt ten opzichte van een speelfilm die vaak 90 minuten duurt. “Het schrijven van een speelfilm begrijp ik inmiddels heel goed. Ik weet precies wat ik met een karakter kan doen binnen die tijd. In een speelfilm heb ik 1 dramatische lijn waarbij ik alle karakters helder en duidelijk naar hun doel kan brengen. Eigenlijk weet je bij het schrijven van de eerste akte al waar je je karakter aan het einde van de film moet krijgen. Bij een serie vind ik die dramatische vertelling lastiger, omdat je veel langer de tijd hebt om karakters uit te diepen en verschillende dimensies aan bod te laten komen. Dat maakt dat het een grotere puzzel is die gelegd moet worden.”

“Vaak komt het ook nog voor dat er verschillende schrijvers aan dezelfde serie werken. Wanneer de afleveringen op zichzelf staan is dat gemakkelijker dan wanneer het een doorlopende serie is, want iedere nuance die een schrijver aanbrengt heeft gevolgen voor de andere afleveringen. Het kaartenhuis is continu in beweging en dat is een uitdaging. Soms leid ik een schrijversteam, wat betekent dat ik de hoofdschrijver ben. Als hoofdschrijver bewaar je constant het overzicht op de hele dramatische lijn en zorg je dat alle afleveringen met elkaar kloppen. Je hebt dan ook een constante open lijn met de regisseur en producent, want veel beslissingen die op papier gemaakt worden hebben gevolgen voor het verdere verloop in bijvoorbeeld productie. En dat moet wel kunnen.”
Doctor Cheezy (2011-2012)
Zijn eigen ideeën voor verhalen schrijft Tijs op in drie zinnen. “In drie zinnen beschrijf ik wat de film zou kunnen zijn. Op dat moment heb ik eigenlijk de synopsis al in mijn hoofd zitten en weet ik hoe leuk en geschikt het zou kunnen zijn, maar met die drie zinnen ga ik eerst langs producenten en regisseurs. Ik vind het namelijk belangrijk om ervoor te zorgen dat je zo snel mogelijk een team van enthousiaste mensen om je heen verzamelt, met wie je het idee kunt delen. Film en tv maak je samen en daarom moet je de verbinding met elkaar opzoeken. Ik werk veel met dezelfde mensen, waarvan ik weet wat bij hen zou kunnen passen. Tegelijkertijd ben ik ook continu op zoek naar nieuwe leuke mensen om mee samen te werken.”

“Na het uitschrijven van de synopsis werk ik verder aan de treatment. Dat is een uitvoerige en gedetailleerde beschrijving van de inhoud en het verloop van bijvoorbeeld een film of serie, maar nog zonder dialogen. Vanaf dat moment start het moeilijkste en meest frustrerende deel van het werk, want dan duik je iedere keer weer opnieuw in hetzelfde stuk om na te gaan of alles wat er staat klopt. Daarna volgen de dialogen tot je uiteindelijk tot een scenario komt.”

Het werk van scenarioschrijven staat volgens Tijs heel ver af van het werk op een set. “Op de Filmacademie heb ik zo nu en dan op de set gestaan, maar gedurende de jaren ben ik erachter gekomen waarom dat niet mijn interesse heeft. Ik haal mijn werkplezier uit datgene wat er op papier gebeurt, het uitwerken van personages en het verhaal. Ik wil alles begrijpen wat er staat en daar blij mee zijn. Ik geloof erin dat makers elkaar de ruimte moeten geven om hun vak uit te kunnen oefenen om zo de productie naar een hoger niveau te brengen. In mijn scenario’s zie je om die reden bijvoorbeeld nooit gedetailleerde beschrijvingen van kleding of inrichting, alleen als het echt specifiek nodig is voor het verhaal van een karakter. Dat betekent ook dat wanneer er op set dingen niet gelukt zijn die op papier stonden, ik dat ook niet erg vind.”

“Mijn visie is dat ik de basis voor een film maak en vervolgens voegt iedereen daar zijn aandeel aan toe vanuit zijn eigen specialisme. Regie tilt de film op, de cameraman voegt zijn creativiteit toe en vervolgens bouwt een editor in postproductie het verhaal opnieuw met het materiaal wat is gedraaid. De edit is net zo’n puzzel als het schrijven van een scenario, want pas dan weet je wat voor materiaal je hebt. Ik vind het leuk om betrokken te blijven na het afleveren van het scenario, maar ik voel het ook niets als vreselijk gemis als ze mij niet bellen met een vraag. Ik ben echt een schrijver en als het team goed is, dan kun je erop vertrouwen dat het eindproduct alleen maar beter wordt.”

Het liefst schrijft Tijs een paar uur per dag in afzondering, thuis in Castricum, in een afgesloten kamertje. “Naast schrijven ben ik gedurende een week ook heel veel aan het praten met mensen. Eigenlijk ben ik 3,5 dag per week aan het schrijven en 1,5 dag aan het bellen en praten. Soms ligt die verdeling iets anders, dat hangt ook af van in welke fase een project zit. Nu ben ik vooral bezig met het klaarmaken van nieuwe serie plannen om te gaan pitchen bij publieke omroepen en streamers. En daarnaast werk ik aan twee speelfilms die rustig stap voor stap een fase verder komen.”

Op de vraag of Tijs een bepaald handelsmerk in scenario’s van zijn hand bespeurt, verwijst hij naar de feedback van anderen. “Ik krijg geregeld terug van de mensen met wie ik werk dat ik droog schrijf. Dan bedoelen ze met weinig omschrijvingen en heel clean. Dat klopt ook wel, want ik houd de bladspiegel altijd heel overzichtelijk en wil niet te veel invullen. Mensen vinden dat prettig, omdat acteurs en de regisseur op die manier veel eigen inbreng kunnen toevoegen. Voor jeugdproducties schrijf ik grappige en snelle scènes, die ritmisch kloppen. Ik geloof erin dat een scenario prettig leest wanneer scènes elkaar vlot en ritmisch opvolgen en dat zich doorvertaalt op beeld. Zo geef ik het antwoord van de vorige scène vaak in de daaropvolgende scène. Ik schrijf geen losse blokken, maar zet juist alles met elkaar in verbinding, als ‘stepping stones’ die elkaar versterken. Daarnaast schrijf ik de dialogen heel staccato, zoekend en hakkelig in plaats van te nette taal. Dat zorgt er naar mijn idee voor dat je soms vertraging en dan weer versnelling krijgt in de scènes. Leuk om mee te spelen.”

Eerder noemden we Tijs veelschrijver, want naast scenario’s voor film en tv heeft hij ook zijn eerste jeugdboek Knots geschreven. Het eerste deel verscheen in juni 2021 en deel is op 19 november 2021 uitgekomen. Daarnaast werkt hij nu aan deel drie van de reeks. “Eigenlijk ontstond het idee in de coronaperiode. Normaliter vulde ik mijn dagen met schrijven en overleggen, maar films en series werden even op pauze gezet. Toen dacht ik: ‘Ja, wat nu?’ En ben ik begonnen met het schrijven van een kinderverhaal, ‘Knots’. Bij het schrijven van een boek zit je in een hele andere sfeer. Bij een scenario ben je continu bezig met de doorvertaling van tekst naar beeld. Wanneer een personage een bepaalde emotie ervaart, moet je dat kunnen laten zien. Wat gaat de acteur spelen? Je kunt dat opschrijven als ‘hij is nerveus’, maar dat kan ook op een manier als ‘zijn vingers tikten op de tafel’. Bij het schrijven van een boek kun je echt in het hoofd duiken van iemand en ook gedachtegangen opschrijven of tekstuele grapjes maken die in een scenario weg zouden vallen. Op die manier kan ik extra veel humor toevoegen. Ook heb ik het verhaal helemaal in eigen hand, waar je bij een scenario altijd te maken hebt met bijvoorbeeld de dramaturg van de omroep, de producent, regisseur en het fonds dat meedenkt. Daar zitten veel mensen aan tafel.”
“Grappig is dat ik bepaalde werkwijzen wel meeneem. Van ‘Knots’ ga ik 6 delen schrijven. Vanuit de denkwijze van het scenarioschrijven zet ik die allemaal schematisch op zodat ik weet waar ik naar toe ga. Ook zoek ik, net als bij film en tv, naar de succesvolle elementen waar je verder op door kunt gaan. Zo vinden kinderen het zusje van Knots, zij heet Tuf, erg leuk. Dat wordt natuurlijk een spin-off met een eigen boekenreeks.”

De boekenreeks ‘Knots’ is iets waar Tijs heel trots op is. “Dat is denk ik ook omdat het iets nieuws is waarvan ik denk: ‘Hey, dit kan ik blijkbaar ook.’ Daarnaast ben ik ook heel erg trots op de Mees Kees film en tv-reeks. Mees Kees is een boekbewerking, maar het is toch heel tof om te zien dat we dat succesvol hebben kunnen maken voor film en tv. We gaan deze zomer de zesde film draaien en hebben daarnaast ook Mees Kees de serie gemaakt bestaande uit 48 afleveringen van 25 minuten. Het is heel leuk om te weten dat een hele generatie aan kinderen is opgegroeid met Mees Kees en dat we op die manier een hele positieve boodschap hebben kunnen meegeven.”
Tijs’ zijn hart ligt bij het maken van formats voor jeugd, maar hij schrijft ook voor volwassenen. Onder andere de films ‘Lucia de B.’ (2014) en ‘Rafaël’ (2018). “Ik vind het zelf wel fijn dat je als maker in Nederland veel kanten mag hebben en serieus wordt genomen wanneer je verschillende genres maakt. Je zit niet snel in een hokje en dat stemt me positief. De films ‘Lucia de B.’ en ‘Rafaël’ gaan over serieuze thema’s en daar moet je wel je hoofd bij houden. Het is ingewikkelder werk en daarom ook wel minder vrolijk, maar het is net zo’n mooie puzzel om te leggen.” Over deze twee kanten zegt Tijs dit: “Ik werk graag in verschillende genres. Ook de afwisseling van commerciële of artistieke projecten vind ik heel prettig. Wanneer je als maker breed georiënteerd bent, kun je je expertise van het ene project ook meenemen naar de andere kant.”
Wat de toekomst betreft zegt Tijs: “Ik schrijf nu 22 jaar en gaandeweg kom je erachter wat je kunt. Soms bedenk ik me wel eens om iets anders te gaan doen. Misschien wil ik later wel meer in de rol van creative producer stappen, waar ik meer kan bedenken en begeleiden in plaats van zelf alles te schrijven. Nu coach ik veel schrijvers en leid ik af en toe schrijversteams en dat is prettig om niet altijd maar achter de computer te hoeven zitten. Als schrijver heb je tien plannen per dag, maar je kunt er slechts 1 per dag uitwerken. Wanneer je net in een andere positie zit, kun je dat iets anders aanpakken. Maar dat zie ik tegen die tijd wel.”

“Ondertussen zou ik zelf nog wel een dystopische serie voor volwassenen willen maken, iets wat niet in het hyperrealisme ligt. Ik ben fan van alle vormen van science fiction, van Star Wars tot gekke series over tijdreizen, technologische veranderingen en parallelle werelden. Ook lees ik veel fictie boeken. Mijn favoriete schrijver is Kurt Vonnegut. Hij schrijft fantastische romans, maar ook essays over schrijven, het leven en over de vorm van verhalen. Iedereen kent Slaugterhouse 5 wel denk ik, maar bij deze raad ik ook Bluebeard aan. Daarnaast ben ik niet iemand die stad en land afreist om inspiratie op te doen, of onderzoek te doen. Ik heb een rijke fantasie en wanneer ik iets bedenk, dan zal het vast wel net anders zijn dan de werkelijkheid. Dat maakt mij niet zoveel uit. Het hoeft voor mij geen hyperrealisme te zijn, maar eerder ‘gevonden realisme’, het hoeft niet altijd te kloppen.”

Meer verhalen...

  • André van Duren (1332)

    Gevaar en belang van details In Nice People Talking spreken we met makers van film en tv. Dit keer spraken we regisseur en scenarist André van Duren onder andere over ‘De Bende van Oss’ en ‘De...

  • Rachel Stone (3159)

    Kleur is heel persoonlijk In Nice People Talking spreken we met mensen uit het vak over hun creatieve visie en manier van werken. Rachel Stone is colourist en verantwoordelijk voor het grading...

  • Jasper Quispel (2011)

    Een epische F16 serie We spraken editor Jasper Quispel voor ‘Nice People Talking’ over onder andere de unieke F16-serie Hoogvliegers, verschillende disciplines in bewegend beeld, het team achter...

  • Marco Vermaas (1676)

    Geluid: een ‘onzichtbare kunst’ We spraken Marco Vermaas voor Nice People Talking. Als filmliefhebber wist Marco al vrij snel dat hij ook maker van film wilde worden. In 2020 won hij een Gouden Kalf...

  • Tijs van Marle (1068)

    Gevonden realisme: Het hoeft niet altijd te kloppen Veelschrijver Tijs van Marle, is onder meer bekend als scenarioschrijver van de razend populaire ‘Mees Kees’ en ‘Dummie de Mummie’ films, maar...

  • Rogier Kramer (1833)

    Specifieke verhalen vertellen We spraken producent Rogier Kramer voor Nice People Talking. In 2015 studeerde hij af aan de Nederlandse Filmacademie waar hij tegenwoordig zelf gastlessen geeft aan de...

  • Jo-Anneke Wikkerink & Jonna van den Berg (1889)

    Wanneer alles is gefilmd, heb je nog geen film Voor Nice People Talking spraken we dit keer niet één maar twee makers van film en series tegelijkertijd: Jo-Anneke Wikkerink en Jonna van den Berg....

  • Matthijs Kieboom (1817)

    'Film geef ik een muzikale identiteit' Matthijs Kieboom is als componist een gevestigde naam in Nederland. Al op jonge leeftijd ontdekte hij zijn passie voor muziek en film, waardoor voor hem de...

  • Bas Icke (2348)

    Ik leer nog iedere dag Voor ‘Nice People Talking’ spraken we editor Bas Icke. Met al 20 jaar ervaring in het vak hebben we het onder andere over projecten als Verliefd op Ibiza, De Beentjes van...

  • Bobby Boermans (2338)

    Trip of a lifetime Bobby Boermans is regisseur van videoclips, commercials, films en series als Mocro Maffia, Nieuwe Buren en Hoogvliegers. We spraken hem voor Nice People Talking. De bottomline van...