De sfeer beïnvloeden door middel van licht

Bert Pot begon zijn carrière in de fotografie en maakte daarna de overstap naar film. Inmiddels is hij de man achter de camera van vele films en tv-series, maar reist daarnaast ook nog net zo graag de wereld rond met zijn twee fototoestellen. Voor Nice People Talking spreken wij hem over hoe hij in het vak is geraakt, projecten als Zusje en Van God Los en het gebruik van silhouetten in zijn werk. Maar ook over hoe achtergrondprojectie een zegen bleek te zijn voor het maken van de onlangs uitgebracht serie The Spectacular.

Bert begon op vroege leeftijd met fotograferen. “De eerste foto waar ik een bewuste herinnering aan heb, maakte ik toen ik 12 was. Dat was een groepsfoto van de zesde klas op schoolkamp. Voor die foto klom ik in een boom, want ik wilde ook graag de kampeerboerderij waar we verbleven in beeld hebben. Dat is mijn eerste herinnering aan dat ik op zoek was naar een goed kader.”

“Mijn moeder hield erg van film kijken op de televisie. Waar ik vandaan kom waren er in die tijd maar twee Nederlandse zenders en meerdere Duitse. Het liefst keken we iedere avond om kwart over 8 naar een film, vooral in de weekenden. Die momenten hebben me gevoed en de liefde voor film van mijn moeder is overgewaaid naar mij. Toen ik 14 jaar oud was zag ik de film Fitzcarraldo (1982) van Werner Herzog. De dag erna keek ik naar een documentaire van de vrouw van Werner, die uitlegde hoe de film gemaakt was. Door het zien van die documentaire kwam ik erachter wat er allemaal nodig is voor het maken van een close-up shot in het Amazonegebied en dat vond ik magisch. Ik was veel bezig met visuele dingen. Ik raakte geïnspireerd door schilderkunst, waar ik door mijn katholieke achtergrond veel mee bezig was. Maar ook de (visuele) muziek van Pink Floyd inspireerde me. Toen wist ik dat ik cameraman wilde worden.”

“‘Maar hoe word je cameraman?’ Was de vraag die ik mezelf in 2 of 3 vwo stelde. De Filmacademie was niet weggelegd voor een jongen uit een klein dorp in Twente, dacht ik. En er was niemand in mijn familie die zich bezighield met filmmaken of iets cultureels. Ik besloot dat ik zou gaan voor fotografie en dat later als opstapje zou gebruiken om cameraman te worden. Toen ik aan de school van de fotografie studeerde, liep ik stage bij een filmbedrijf en bij fotograaf Erwin Olaf. Op de fotografieschool kreeg ik de kans om veel eigen werk te maken, waardoor ik een interessant portfolio kon opbouwen. Dit kon ik vervolgens tijdens het toelatingsproces op de Filmacademie laten zien. Uiteindelijk heb ik daar mijn voordeel uit gehaald, want door mijn kennis uit de fotografie had ik al een voorsprong op de rest. Zo had ik al veel ervaring met het werken met licht en veel kennis over materialen en lenzen.”
Stilleven
Bert Pot
Bert studeerde in de jaren ‘90 af aan de Filmacademie. “Op het moment dat ik afstudeerde was er een stroming van jonge filmmakers die anders te werk gingen dan voor die tijd gebruikelijk was. Deze nieuwe generatie wilden meteen van start in de rol waar ze voor hadden geleerd. De tijd waar cameramensen eerst een aantal jaar de rol van belichter of camera-assistent uitoefende was niet meer de standaard. Deze nieuwe stroming vond vooral plaats binnen ‘low-budget’ films. In mijn examenjaar werd ik benaderd door regisseur Robert Jan Westdijk of ik mee wilde werken aan zijn film. Het bleek dat editor Job ter Burg mij had getipt en zo draaide ik een week na mijn afstuderen aan de Filmacademie de film Zusje, welke later het Gouden Kalf voor beste lange speelfilm won.”
Zusje is een speelfilm uit 1995 over een contactgestoorde jongen, verteld vanuit het perspectief van zijn home video. Onder het mom van het maken van een documentaire dringt Martijn het leven van zijn jongere zus Daantje binnen. “Het perspectief van de home video moest uit het camerawerk blijken. Om het gevoel over te brengen draaide we lange takes van soms wel 5 minuten. Voor mij als cameraman kwam er ook wat acteerwerk bij kijken, omdat ik in feite de camera in handen had van Martijn. Wanneer er een deur geopend moest worden, was ik degene die dat deed omdat ik het dichtst bij de camera stond.”

Het succes van de speelfilm ligt volgens Bert mede aan het feit dat niemand de makers van de film op dat moment nog kende. Het verhaal was goed, nieuw en verfrissend. “Zowel de cast en crew van de film waren jong en nieuw in de filmwereld,” zegt Bert. “Mensen zagen dat als voorbeeld en er kwam een beweging op gang van nieuwe film en televisiemakers, maar ook acteurs, die zichzelf als ‘Nieuwe Film- en Televisiemakers’ verenigden. Hierbij aangesloten waren jonge mensen die zich als filmmaker wilde profileren vanuit verschillende academische achtergronden zoals kunst of film. Rond 1998 werd ik een van de eerste bestuursleden van ‘De Vereniging Nieuwe Film- en Televisiemakers’ en dat bestaat tot op heden nog steeds, maar noemt zich nu ‘Vers’.”

Maar de film Zusje had nog iets bijzonders, namelijk dat het op video is gedraaid, maar in de bioscoop als film werd vertoond. Een techniek waar de makers hoge ogen mee gooiden. “Tijdens het filmen op de set gebruikte ik een videocamera van aardige kwaliteit. Later na de montage hebben we de gemonteerde film op film gezet. Het is een techniek, die Robert Jan Westdijk had uitgezocht, welke in Hilversum ook werd gebruikt om televisiebeelden in documentaires te tonen. Bij het NOB (Nederlands Omroepproductie Bedrijf) projecteerde ze toentertijd televisiebeelden op een monitor, waar ze een filmcamera op richtte. Diezelfde monitor hebben wij ook gebruikt. Zo hebben we de film van een videocassette afgespeeld en op 35mm film overgenomen.”

Het werk van een cameraman ziet Bert niet enkel als een creatieve uiting, maar is ook afhankelijk van de mensen met wie je werkt en beschikbare budgetten. “In de regel wijkt mijn werkwijze niet af van andere cameramensen, maar ik hou ervan om al in een vroeg stadium van een project betrokken te zijn. Op die manier kan ik me goed oriënteren op het verhaal en mezelf in die wereld verplaatsen. Samen met regisseur Dana Nechushtan verfilmde ik een roman van Simon Vestdijk. Het verhaal speelde zich af in de jaren ‘70. In de voorbereiding ben ik eerst uit gaan zoeken welke kleuren in die tijd als normaal werden ervaren. Zo wist ik hoe ik het verhaal in de juiste tijdsgeest kon laten afspelen. Daarnaast ben ik ook graag goed op de hoogte van het script, de wensen vanuit regie en plannen van het art department, zodat ik mezelf hierop kan aanpassen of met suggesties kan komen. Misschien is dat wel ontstaan door de school van fotografie, omdat ik daar alles zelf moest verzorgen.”
Veel werk van Bert maakt hij samen met Dana Nechushtan. “Dana en ik leerde elkaar kennen op de Filmacademie. Samen maakten we onze tweede- en derdejaars film en in 1994 onze eindexamenfilm ‘Djinn’. Na de Filmacademie hebben we onder andere Dunya & Desie, Nachtrit en Hollands Hoop met elkaar gedaan. We zijn goed op elkaar ingespeeld, kennen elkaar maar zoeken ook beiden steeds weer naar nieuwe uitdagingen. Deze zomer hebben we de film Piece Of My Heart gedraaid, waar we op dit moment de postproductie voor ingaan.”
Dunya & Desie (2002)
Na een lange voorbereiding en intensieve draaiperiode beginnen we aan het postproductie traject. Op dat moment kan er qua beschikbaar beeldmateriaal weinig meer veranderen, maar de manier van vertellen wordt bepaald tijdens de edit; de film ontstaat in de edit eigenlijk opnieuw. “Mijn rol begint pas weer te ontstaan wanneer er een eerste of tweede versie is van een aflevering of film die de regisseur en editor aan mij willen laten zien. Als cameraman draai je ieder shot en weet je precies wat de bedoelingen waren op de set. Daardoor kan ik helpen om bepaalde scènes te plaatsen als dat nodig is. Voor mij is het ook handig om al met een half oog te zien of er is ingezoomd in bepaalde shots of dat er extra visual effects zijn bijgekomen. Als de film dan vervolgens op slot zit (picture lock) dan gaan we door naar de kleurcorrectie. Vooraf is al besproken hoe dat eruit moet komen te zien en hoe kleuren meebewegen met het verhaal. Soms begint een film bijvoorbeeld licht met veel zon, omdat er nog niet veel aan de hand is. Na een hoop drama worden de kleuren donkerder. Voor de kleurcorrectie hebben we vaak 10-12 dagen en het is aan mij om alle kleurkeuzes die gemaakt worden te communiceren om zeker te zijn dat we op de goede weg zitten.”

Naar eigen zeggen beleeft Bert als camerman het meeste plezier aan het maken van thrillers. “Een genre waarbij de ingrepen van een cameraman erg wenselijk zijn en waar licht of schaduwen een grote rol spelen liggen mij het beste. Thrillers of films die een ander karakter hebben dan de realiteit vind ik leuk. Ik heb me altijd veel beziggehouden met het surrealisme en in speciaal de kunst van René Magritte. Wat hij in zijn surrealistische schilderijen doet, probeer ik ook in film. Ik hou ervan de sfeer te beïnvloeden door middel van licht, maar dingen moeten wel met een reden gebeuren. Wanneer ik iemand in de schaduw zet op beeld, dan moet daar wel een onderbouwing voor zijn. De serie reeks Hollands Hoop van Dana Nechushtan heeft eigenlijk alle elementen waarin ik het best tot mijn recht kom. Een mix van komedie en drama wat spannend, absurd en grotesk is gemaakt. Daar kan ik veel creativiteit in kwijt.”
Hollands Hoop (2020)
Riphagen (2016) en Annie MG (2010)
werken met silhouet
“Maar ik draai mijn hand ook niet om voor een romantische komedie. Wel ben ik dan veel dienstiger. In zo’n film of serie staat namelijk alles in het teken van humor en romantiek en alles moet er goed uit zien. Daar moet je als cameraman aan beantwoorden. Wel probeer ik altijd te zoeken naar iets dat je anders kunt doen of naar je toe kunt trekken. Een voorbeeld is Soof 2. De toon was gezet na het eerste deel van de film, dus we moesten daar aan conformeren. De uitdaging in deel twee was dat er heel veel eten werd gemaakt. Hoe film je dat en hoe maak je het interessant? Je komt er dan achter dat wanneer eten er op beeld smakelijk uit moet zien, het niet eetbaar moet zijn op de set. Het moet buiten de set om gecreëerd worden net zoals dat ook bij commercials gaat. Het idee was om bovenop het eten zitten met de camera, zodat dit heel prominent in beeld kwam in de bioscoop. Dus nam ik filters mee om zo close mogelijk te kunnen filmen.”
Soof 2 (2016)
Een project benoemen waar Bert het meest trots op is, vindt hij lastig. “Je merkt dat dingen wegebben. Je bent vaak trots op projecten die je net achter de rug hebt, omdat het proces nog fris in het geheugen zit en je weet waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Voorbeelden van projecten waar alles in samen is gekomen zijn voor mij Zusje, wat niet beantwoordde aan de toen geldende standaard, en Dunya & Desie wat jarenlang is herhaald waardoor verschillende generaties het verhaal kennen. Ook Van God Los is zo’n voorbeeld, een film van Pieter Kuijpers. Pieter debuteerde met die film, er was weinig budget dus weinig draaidagen, maar er waren wel heel veel ideeën. Uiteindelijk wonnen we een Gouden Kalf voor Beste Regie en de films met de grotere budgetten hadden het nakijken. Ik denk dat het succes lag aan de brutaliteit van hoe het gespeeld is met tegelijkertijd een debuterende regisseur. Van God Los draaide ik op film en in het lab kon je een trucje uithalen waardoor kleuren vervagen wanneer ze geprojecteerd worden. In de jaren ‘90 werd deze truc ook toegepast op de film Se7en (1995) waarna veel cameramensen dat wilde overnemen. In Nederland vloog die techniek nogal uit de bocht, maar ik vond een mogelijkheid om het in het lab de onder controle houden. Daardoor konden we het materiaal spannend uitlichten en waren de kleuren niet zo aanwezig.”

Een belangrijk element in Berts werk zijn silhouetten. Hij raakte erdoor geïnspireerd vanuit de fotografie en het werk van René Magritte. “Weinig mensen weten dit, maar in bijna iedere film ik die ik maak komen ze voor. Een van de mooiste shots die ik ooit heb gedraaid zit in Van God Los. Egbert Jan Weeber speelt de rol van Stan en hij is op de begrafenis van zijn biologische vader. Wanneer zijn beste vriend Maikel, gespeeld door Tygo Gernandt, uit de gevangenis raakt weet hij dat Stan op de begraafplaats is. Tygo komt in die scene tevoorschijn als silhouet met in de achtergrond een vrachtwagen, wat duidt op het beroep van vrachtwagenchauffeur van Stan’s biologische vader.”
Van God Los (2003)
Maar in de openlucht creëer je op set niet zomaar een schaduw? “Dat klopt. We hebben daar een tunnel voor gebouwd. Tygo start in de tunnel, die niet in beeld te zien is, en naarmate hij dichterbij de camera komt loopt hij de tunnel uit en zet zijn laatste stappen daar waar hij in volle glorie te zien is. Ik word erg enthousiast wanneer ik de ruimte krijg om dat soort elementen toe te kunnen voegen, omdat ik probeer te zoeken naar hoe ik dingen op een andere manier kan laten zien. In het script staat dat Stan met verbazing naar de verschijning van Tygo kijkt. Dat kan ik filmen als een acteur het speelt, maar dit maakt het spectaculairder. Op die momenten probeer altijd te redeneren vanuit de mogelijkheden uit de fotografie.”

Een ander project waar licht, weliswaar op een andere manier, een grote rol heeft gespeeld is in de onlangs uitgebrachte tv-serie The Spectacular van Willem Bosch en Pieter Kuijpers. De serie werd gedraaid in tijden van corona en cast en crew moesten in een bubbel zonder dat zij ziek waren. De geldende regels stonden ook niet toe om naar het buitenland te gaan, terwijl we in Belfast en Duitsland zouden filmen. “We hebben onze plannen moeten bijstellen, maar ik raakte vrij snel overtuigd dat we het op de normale manier van filmen niet zouden kunnen maken,” zegt Bert. “Samen met art director Wilbert van Dorp ben ik in gesprek gegaan en stelde hem de vraag: ‘Wat als we decors in studio’s gaan nabouwen?’ Dat kostte geld, maar we hielden ook budget over gezien we geen reisbewegingen mochten maken. Daarnaast opperde ik het idee om achtergrondprojectie (virtual scenery) op led-schermen te gebruiken.”
The Spectacular (2021)
Achtergrondprojectie
Eerst iets meer over die achtergrondprojectie. “Dat idee ontstond tijdens het draaien van de eerste speelfilm die ik maakte met Dana in 1998 genaamd Total Loss. Een kwart van die film speelde zich af in een auto die ‘s nachts over de Maasvlakte rijdt. De omgeving buiten de auto was dus voornamelijk zwart en er gebeurde verder weinig, dus wilde ik de auto in een studio neerzetten en de lampjes in het donkerte van de nacht te projecten met een beamer. Een aantal jaar later ben ik het opnieuw gaan gebruiken in shots waar veel auto’s aan te pas kwamen. Totdat we de techniek voor het maken van de film Bumperkleef naar een hoger niveau hebben getild. In die productie was voor het eerst sprake van led-panelen van 40 bij 40 centimeter die je oneindig aan elkaar vast kunt zetten. Voor Bumperkleef konden we een led-scherm heel dicht op een auto zetten en dan bijvoorbeeld een langsrijdende vrachtwagen projecteren. Samen met colorist John Thorborg hebben we de projectie verder ontwikkeld. John heeft alle technische dingen bedacht, berekend en geprogrammeerd. Ikzelf heb niets met techniek, daar heb ik altijd John voor nodig.”
Bumperkleef (2019)
Achtergrondprojectie
Die techniek gooide Bert ook voor The Spectacular in de strijd als aanvulling op decorbouw. Wilbert, Willem en Pieter raakte overtuigd en leverde een nieuwe aanpak op. “Ik wist dat wanneer we een goed led-scherm konden regelen, ik ook shots kon draaien die niet per se in een auto zijn. Op die manier kon ik shots draaien van acteurs die in een Iers landschap staan in Belfast, door de achtergrond te projecteren. Voor die achtergrondplaten moest ik wel op pad met mijn camera. Corona was in volle gang en reizen was niet mogelijk, tenzij je lang in quarantaine ging. Het moment dat dat wegviel, heb ik met mijn 18-jarige zoon direct een busje gepakt en zijn we met alle apparatuur naar Belfast afgereisd. In Belfast heb ik zoveel mogelijk totalen gedraaid, in de stad, in landschappen en vanuit een rijdende auto alsof onze acteurs door Belfast rijden. De serie speelt zich af eind jaren ‘80, dus ik moest zorgen dat er geen tijd duidende dingen in beeld stonden. Naast dat mijn plates gebruikt konden worden voor de achtergrondprojectie was er ook genoeg materiaal voor De Lodge om te gebruiken in visual effects (VFX). Een voorbeeld is een haarspeldbocht in Belfast. We zijn gaan zoeken of we dat ook in Nederland konden opnemen en vonden er uiteindelijk een in een duin in IJmuiden. Daar hebben we een auto, links op de weg, overheen laten rijden op camera. In de postproductie hebben we IJmuiden weggepoetst en daar de achtergrond van Belfast ingezet door middel van visual effects. Het lijkt net echt. Wanneer je vakmatig goed nadenkt, dan komen al dat soort dingen bij elkaar.”
The Spectacular (2021)
Achtergrondprojectie & VFX
“Achteraf gezien hebben we wel eens gedacht dat corona een zegen is geweest voor dit specifieke project. We hadden een beperkt aantal draaidagen en budget en daarmee hadden we het in een normale situatie kunnen redden, maar door het draaien in studio’s hadden we veel meer controle over bijvoorbeeld weersomstandigheden. We zijn van de gebaande paden afgeweken en dat heeft ook nieuwe inzichten gebracht. Voor de toekomst denk ik dat dit zeker vaker gaat gebeuren met wereldwijd inspanningen rondom LED. In mijn ogen leent het zich heel goed voor abstracte landschappen. Binnenkort start ik aan een serie die zich deels in China afspeelt. Daar zullen we waarschijnlijk niet zomaar naar toe kunnen dus wordt het weer relevant om met slimme keuzes en VFX maximaal gebruik te maken van technieken.”

Ondanks zijn werk in film en tv is Bert nooit gestopt met fotograferen. “Er is een moment geweest op de school van fotografie dat ik dacht: ‘Ik hou het bij fotograferen’. Maar in mijn eindexamenjaar vond ik het eigenlijk ontzettend eenzaam. Als fotograaf moet je met inspiratie wakker worden en altijd iets extra’s geven waardoor een foto van een man met een hoed, jouw foto wordt van een man met een hoed. Terwijl ik de charme van film vind dat je samen iets creëert en dat er productieteams zijn die met je meedenken.”
Panorama foto
Bert Pot
“Wanneer ik fotografeer is mijn mindset heel anders dan wanneer ik film maak. Bij film ben ik me ervan bewust dat iedereen zijn steentje bijdraagt en bij fotografie ben ik me bewust dat ik zelf op zoek moet naar iets interessants. Na de school van fotografie ben ik het wel anders aan gaan pakken en heb ik de focus niet meer op geënsceneerde fotografie gelegd, waarbij je een decor bouwt, iemand binnen een kader fotografeert en je eigen creativiteit moet zoeken. Ik ben me bezig gaan houden met het aspect van straatfotografie, waarin ik eigenlijk niets onder controle heb en het straatbeeld zelf de creativiteit is. Dat doe ik nog altijd even graag. Op al mijn reizen heb ik altijd twee analoge fototoestellen bij me. Een 6x6 camera op film en een kleinbeeld camera waarmee ik panorama foto’s maak. De charme van fotografie vind ik dat je mensen ontmoet, maar altijd op gepaste afstand door mijn camera. Zo durf ik mee te lopen in een bedevaart in Ierland om dat vast te leggen, maar kan ik mezelf achter mijn camera verschuilen.”
6x6 foto
Bert Pot
Bedevaart in Ierland 'Croagh Patrick'
Bert Pot
Het liefst blijft Bert nog heel lang op hetzelfde pad doorgaan met misschien zo nu en dan iets meer ruimte tussen projecten door wanneer de kinderen ouder zijn. “Films passeren de revu en dat gebeurt continue. De ene trekt wat meer aandacht dan de andere, waardoor je weer even gezien wordt. Maar het kan op een gegeven moment zo zijn dat ik niet per se meer door een nieuwe generatie van filmmakers wordt gebeld. Dan kan het zijn dat ik weer meer fotografie ga oppakken. Of misschien zou ik ooit willen lesgeven en de kennis van fotografie en film overdragen op anderen. Zoals ik al zei heb ik niets met techniek, maar wil ik het vooral hebben over de dingen die zich voor de lens afspelen. De camera die erachter hangt kan alles zijn, maar voor de lens moet een verhaal vertelt worden. Ik sta in ieder geval voor veel dingen open en dat heeft vooral te maken met de mensen met wie ik mag werken."

Meer verhalen...

  • Marco Vermaas (1467)

    Geluid: een ‘onzichtbare kunst’ We spraken Marco Vermaas voor Nice People Talking. Als filmliefhebber wist Marco al vrij snel dat hij ook maker van film wilde worden. In 2020 won hij een Gouden Kalf...

  • Rogier Kramer (1626)

    Specifieke verhalen vertellen We spraken producent Rogier Kramer voor Nice People Talking. In 2015 studeerde hij af aan de Nederlandse Filmacademie waar hij tegenwoordig zelf gastlessen geeft aan de...

  • Rachel Stone (2864)

    Kleur is heel persoonlijk In Nice People Talking spreken we met mensen uit het vak over hun creatieve visie en manier van werken. Rachel Stone is colourist en verantwoordelijk voor het grading...

  • Pieter Kuijpers (924)

    Een goed verhaal gaat over leven en dood Pieter Kuijpers is bekend van films als Van God Los, TBS en Doodslag. Hij is regisseur, scriptschrijver maar nu voornamelijk nog producent. We spraken hem...

  • Matthijs Kieboom (1572)

    'Film geef ik een muzikale identiteit' Matthijs Kieboom is als componist een gevestigde naam in Nederland. Al op jonge leeftijd ontdekte hij zijn passie voor muziek en film, waardoor voor hem de...

  • Bert Pot (526)

    De sfeer beïnvloeden door middel van licht Bert Pot begon zijn carrière in de fotografie en maakte daarna de overstap naar film. Inmiddels is hij de man achter de camera van vele films en tv-series, maar...

  • Bobby Boermans (2044)

    Trip of a lifetime Bobby Boermans is regisseur van videoclips, commercials, films en series als Mocro Maffia, Nieuwe Buren en Hoogvliegers. We spraken hem voor Nice People Talking. De bottomline van...

  • Bas Icke (2140)

    Ik leer nog iedere dag Voor ‘Nice People Talking’ spraken we editor Bas Icke. Met al 20 jaar ervaring in het vak hebben we het onder andere over projecten als Verliefd op Ibiza, De Beentjes van...

  • André van Duren (1114)

    Gevaar en belang van details In Nice People Talking spreken we met makers van film en tv. Dit keer spraken we regisseur en scenarist André van Duren onder andere over ‘De Bende van Oss’ en ‘De...

  • Jo-Anneke Wikkerink & Jonna van den Berg (1642)

    Wanneer alles is gefilmd, heb je nog geen film Voor Nice People Talking spraken we dit keer niet één maar twee makers van film en series tegelijkertijd: Jo-Anneke Wikkerink en Jonna van den Berg....